Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

65

m.

„Hè", riepen de kinderen nit het weeshuis, toen de schaal met appelbollen op de tafel gezet werd. „Hè!"

„Kinderen", zei de vader van het huis, „die appelbollen zijn ons gegeven door juffrouw Francien."

Nu was die juffrouw niet geliefd bij de kinderen en voor de vader van het huis het verhinderen kon, had de een geroepen: „van haar! dan zullen zij vast niet lekker zijn." En een ander schreeuwde: „van die draak!" En een derde: „van dat mensch met haar vervelend gezicht!"

„Stilte", riep de vader boos. „Ik vraag geen oordeel. Ik vertelde alleen, dat we de appelbollen van haar hebben gekregen, omdat zij naar een andere stad gaat en ons allen voor het laatst wilde tracteeren. Maar niemand hoeft van de appelbollen te eten, als hij niet wil, hoor."

Het idee! Met van appelbollen te eten in een weeshuis, een Oudejaarsavond!

Zelfs de monden van de kleine schreeuwers hapten met graagte. Al heb je ook een mond, waar leebjke woorden maar al te gauw uitkomen, iets lekkers wil er altijd in.

Maar het was gevaarlijk goedje, die appelbollen met het Sylvesterfiguurtje, als ze eenmaal in iemands maag waren.

„Jonge, jonge, wat was dat fijn", zei er een van de kinderen.

„Nog nooit zoo iets lekkers gegeten", roemde een ander.

„Hè, wat was dat een kostje", riep een jongen en hij streek met zijn hand over zijn maag. Toen werd de appelbol nog gevaarlijker. Want de jongen had juffrouw Francien een vreeselijke draak gevonden. En toen zei hij opeens: „toch aardig van haar."

5

Sluiten