is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vertelselboek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezoek kreeg, de deur opende. En zij groetten hem allen zoo vriendelijk, zelfs de heerenboer, die anders als lucht beschouwde allen, die minder dan vijftig koeien op stal hadden, te zwijgen nog van de varkens en de ganzen en de paarden en de hooibergen en het mooie gerij.

Be bode dacht, dat hij droomde, toen de boer hem tien gulden in de hand stopte.

Het was dan ook waarlijk een heel bgzondere Nieuwjaarsdag bij den burgemeester.

De eigenaar van het kasteel begreep er niets van. Zoo vriendelijk waren allen tegen allen. Niemand was nijdig. Hij begreep er geen sikkepitje van. Maar hij had ook geen toover-appelbollen gegeten. Dat kon niet, omdat hij te ver van het stadje woonde. La zijn maag werkte een stuk leverpastei, die vreeseüjk zwaar was geweest!

Maar toen hij tegen den secretaris had gezegd, dat de wereld slecht was en de belastingen veel te hoog, had de man, die anders nog meer aanmerkingen had dan hij zelf, geantwoord, dat het zulk verrukkehjk weer was en het goed was om te leven en vriendelijk te zgn.

Het leek wel of de wereld op zijn kop stond!

De eigenaar van het kasteel voelde zich al meer en meer nit zgn humeur raken; de leverpastei in zijn maag scheen zwaarder en zwaarder te worden.

Hij maakte zgn bezoek aan den burgemeester maar kort, héél kort, ging weg zonder den bode te groeten.

„Wat hem scheelt", vroeg de bode zich af zonder het antwoord te vinden. Hoe kon hg ook weten, dat het Nieuwjaar ih het plaatsje ingezet had met de tooverappelbollen van Dorus.

Niemand wist het en toch had iedereen ze gegeten.

79