Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 27 —

Oudejaarsdag 's middags om een uur of vier in de schemering van de huiskamer stil naar buiten zat te kijken. Ada heette zij. Zij had blond haar en bruine oogen, en die oogen keken in den mist, alsof zij er uit alle macht tóch een beetje licht uit wilden halen! Toen buiten hier en daar een lantaren werd opgestoken, kwam er even een schittering in de bruine oogen.

Heel alleen was het meisje in de stille kamer, en zijvvoelde zich ook alleen. Er zou een nichtje bij haar zijn komen logeer en, maar dat was misgeloopen. Want Ada's moeder was ziek geworden, en de dokter had gezegd, dat zij minstens vier dagen te bed moest blijven en dat het

heel rustig in huis moest zijn. Bizonder kalm waren dan ook de dagen na /Kerstmis voorbij gegaan. Misschien, had de dokter gisteren gezégd, mocht Ada's moeder vanavond, op Oudejaarsavond, wel een half uurtje op zitten. Hij zou nog wel even aan komen. Nu was het ruim vier uur, en nóg was hij er niet geweest! Ada zuchtte ongeduldig, 't Duurde zoo lang, en zij was zoo erg alleen! 't Was ook wèl een heel andere Kerstvacantie geworden dan haar beloofd was.

Sluiten