Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar dien versten hoek.O! wat geniet Frans van zijn „Zeemeeuw"! 's Avonds schrijft hij aan Opa: „Ik dank u met duizend zoenen voor dat verrukkelijke schip, en ik zal mijn best blijven doen, want Moeder zegt: je moet het blijven verdienen."

ALETTA HOOG.

Twee bengels.

Aal en Teun waren een paar oude vrouwtjes, die met twee jonge poesjes samen woonden in een oud huisje. Die jonge poesjes haalden wel eens kattekwaad uit, dat begrijp je. Eén van de twee, een mooi grijs gestréept beestje, was erg snoepachtig, en de tweede, een pikzwarte, deed alles na, wat Grijsje voordeed. Dus als Grijsje snoepte, dan... wel, dan snoepte Zwartje ook.

Nu gebeurde het, dat er op een winteravond visite kwam bij Aal en Teun, want Aal was jarig. Die visite bracht allerlei lekkere en mooie dingen mee voor de twee arme, oude vrouwtjes, maar ze had ook om Grijsje en Zwartje gedacht. Voor de twee poesekinderen zat in een keurig pakje een groot stuk lever, 't Pakje was geborgen in een diepen mantelzak, en de mantel was in 't achterhuis op een stoel gelegd.

Terwijl nu Aal en Teun zaten te praten met de visite, dacht niemand aan Grijsje en Zwartje. Teun,

9 ■

Sluiten