Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen snuffelen, jaagt Bruun weg met zijn gebrom... Maar nu loopt een, jongen hem een eind achterna met: „Houd den dief! Houd den dief!" Een tweede, een derde gaat al mee doen aan de jacht: „houd den dief!" Bruun aan 't rennen. Gelukkig, daar breekt een rad van een groentekar - de groente rolt over de straat. Dat's weer wat nieuws voor de jongens, ze laten Bruun met rust.

En nu is Bruun dan in een heel stille straat: geen dier, geen mensch te zien. Hijgend van 't harde loopen ploft Bruun neer op een stoep. Even uitrusten, en zal ie dan hier?... Nee, de stoep ligt te open, een veilig hoekje is 't niet. Aan den overkant is zoo'n soort van poortje met een afdak, dat is beter. Maar pas ligt ie daar, of hij pakt al weer zijn kluif beet en loopt weg. Bruun heeft vlak achter de gesloten huisdeur een geluid gehoord. En hij ként dat: in eens gaat zoo'n deur dan open, en 't is: „Vort, hond!' of erger soms: een schop!

Maar nu heeft ie dan toch eindelijk een echt rustig plekje gevonden: een streep gras langs een huis, met een hekje er om heen. Wip! over het hekje, en nu ligt hij er veilig achter. Nog eens rondgekeken... geen onraad. Eén poot op de kluif... eerst er aan snuiven, likken, en dan begint het smullen, 's Jonge, dat smaakt! - Wat er aan de kluif zit, is gauw genoeg op, maar 't been zelf is ook lekker. Krak-krak! sappig, hoor! Krak-krak! een leven, dat het gekraak maakt in Bruuns kop! Hij hoort niets anders, hoort niet, dat er achter hem een jongen met een stokje

44

Sluiten