Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

63

27. DE EERSTE TRAMREIS VAN JUFFROUW EVERS. I.

'* A A/as Maandagmorgen, tien uur. De paardetram voor W het hotel „De Posthoorn" stond klaar, om af te rijden.

En rondom de tram stond wel het halve dorp; want het was nog een nieuwtje. Vroeger hobbelde er een omnibus naar de stad; die maakte de reis.tweemaal per dag heen en terug.

Maar nu was er een tram voor in de plaats gekomen. Die gleed over gladde rails en je zat er zo/ lekker in als thuis op je stoel.. Een vlug paard liep er voor, dat alleen bij het aanzetten een poosje flink moest trekken. Maar als de mooie, nieuwe tramwagen eenmaal op gang was, scheen hij wel van zelf te loclpen. En dan ging het met een frisök gangetje vooruit. Niet tweemaal, maar viermaal per dag^kon je nu naar de stad en weer terug naar huis. Een heéle vooruitgang!

Ons dorpje was blij met de tram. Wie geen boodschap in de stad had, verzon er een, om toch ook eens dat lekkere ritje te maken. En wie thuisbleef, moest toch eens even gaan kijken, als de bel van „De Posthoorn" waarschuwde, dat het tijd was om te vertrekken.

Tingelingeling!

Daar kwam nog een dikke iuffrouw aanschommelen, met een bruin hondje onder de/ arm.

„Hei, conducteur! Ik moet ook mee!"

„Binnen is alles vol, juffrouw! Maar ik heb nog een prachtige buitenplaats voor ul"

Juffrouw Evers hijgde al geweldig van het harde loepen en nu moest ze er nog bij lachen ook, omdat die conducteur zoo grappig deed.

Sluiten