Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

71

„ Wat drommel! Niets ? En waar zit Piet ? „Dien rakker hoor ik ook al niet! „Wat doe je, Piet? jij houten Klaas?" „O, ik help Jan een handje, baas!"

30. DE WONDERNOOT. . I.

In een bosM, hier heel ver vandaan, stond een klein huisje, waarvan de muren van onder tot boven met klimop begroeid waren. En in dat huisje woonden twee oude mens^en, die het lang niet breed hadden. Maar toch waren ze tevreden; want nog nooit hadden ze gebrek aan het no^dige gehad, en overdaad verlangden ze niet. De man was houthakker.

Eens ging hij, met zijn bijl gewapend, het bostó in, en werkte dejd hefelejl dag stevig door. Maar hij kon zijn gedachten niet bij zijn werk houden: aldoor dwaalden ze af naar het huisje van zijn' zoon, ook een houthakker, net als hij. Die was hem derf vorige* dag prettig nieuws komen vertellen: een kleinzoon was hij rijk geworden, een flinken jongen, met donkerblauwe ^ogen, precies als die van Grootvader.

En nu was Grootvaders voornaamste gedachte: „Wat voor geschenk zou ik mijn kleinzoon geven ? Ik zou hem

Sluiten