Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

87

En toch gebeurde 't soms, o schand, Dat er iets overschoot, Al was 't een halve lepel gort, Of maar een kruimel brood.

„Dat kost me," dacht de vrek, „per jaar „Allicht een duit of wat, „Die ik toch beter sparen kon „En voegen bij mijn schat!"

En daarom telde hij zijn kok De grutjes netjes voor: „Ziezof, nu is mijn hart gerust, „En gaat er. niets te loor."

Hij stierf in kommer en gebrek Te midden van zijn geld, Dat nu, als waar' het parelgort, Door neven werd geteld.

Wie in het Rijksmuseum komt, Sta daar eens even stil Voor 't beeld, dat elk tot afschrik zij, Die grutjes tellen wil.

□ □ □

Sluiten