Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de stilte in huis verbrak, schrikte ze op. Truitje trachtte haar gerust te stellen, hoewel ze zelf ook beefde.

„Dat is bij de buren boven." „Dat is op straat."

Dan stond Eef even stil en luisterde. Ja, Truitje had gelijk, 't Was bij de buren. Maar haar angst werd er niet minder om.

„We laten het licht branden, hé?" stelde ze voor, toen ze klaar was.

Truitje knikte.

„Als er nou 's gebeld wordt," huilde Eef weer opeens, met een nieuwen tranenvloed.

Truitje, met haar eenen arm in de mouw van haar nachtpon, en den anderen uitgestrekt langs haar hoofd, bleef in die houding staan om na te denken.

„Dan doen we niet open," besliste ze eindelijk en schoof den anderen arm in de tweede mouw.

„Maar als ze dan licht zien," huilde Eef.

„Hè — nou ". Truitje begon Eef vervelend te

vinden. Eef kon toch wel begrijpen, dat zij ook een beetje bang was, al was ze wat ouder. Wat gaf't nou om zoo te zaniken? Je maakte er mekaar nog maar banger mee. En anders was Eef nergens bang voor, voor Vader niet, voor Moeder niet, voor den Meester op school niet....

Eef merkte echter niets van Truitjes ongeduldigen toon en hield vol.

„Wat doen ze dan?"

„Dat weet ik niet," zei Truitje kriegel — „dat zullen we dan wel zien."

Toen knielde ze voor haar stoel, zooals altijd, om te bidden, en in eens schoot het door haar hoofdje, dat

38

Sluiten