Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en zij zou het niet willen overslaan, maar met de Juffrouw samen — dat was toch nog wat anders. Als de Juffrouw bad, dan leek 't wel of zij alles van Truitje wist — alle moeite en zorgen; en de Juffrouw kon het zooveel beter tegen den Heere zeggen. Nu ook scheen zij precies te weten hoe het er in Truitje's hartje uit zag, dat daar nog geen feestvreugde was, al zat zij nu op het Kerstfeest, en zij bad dat de Heere het in alle harten licht wilde maken, ook daar, waar 't nog donker was, door verdriet of zonde, want dat de Heere Jezus toch het Licht der wereld was en dat Hij gekomen was om alle duisternis weg te nemen. Truitje boog haar hoofdje wat dieper. Ja, zoo was het. Zij was bedroefd en blij tegelijk; bedroefd omdat het in haar hartje waarlijk zoo donker was, maar toch blij, omdat ze geloofde, dat de Heere Jezus het licht maken kon. Ze zuchtte weer, toen de Juffrouw „Amen" zei, maar nu van spijt, omdat het uit was. 't Moest altijd zoo kunnen zijn! Wat zou ze dan goed worden! Dan zou ze nooit meer kwaad willen doen. Dan zou ze Vader lief hebben en niet boos zijn, omdat Eef naar't Kerstfeest ging. Maar o, ze wist 't wel. Als ze vanavond thuis was, was 't weer allemaal 'tzelfde. Waarom kon 't toch zoo niet blijven?

De Kerstgeschiedenis was bijna nieuw voor Truitje. De Juffrouw had er wel eens iets van gezegd, maar in haar geheel had ze die geschiedenis nog nooit verteld. Wel wist Truitje al, van den laatsten Woensdagavond, dat de engel bij Maria geweest was, en haar beloofd had, dat zij de Moeder van den Zaligmaker zou zijn. Maar hoe zou 't nu verder gaan? Dat ver-

53

Sluiten