Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen ze hoorde dat Moeder vroeger naar de kerk ging.

Eindelijk moest Grootvader afscheid nemen. Maar hij zei nog eens dat Moeder dadelijk met Truitje en Eef komen moest, als ze vacantie hadden. Buiten zouden ze dan alles rustig verder kunnen bespreken. Moeder bracht Grootvader naar het station, en Truitje en Eef vlogen naar buurvrouw om alles te vertellen. Buurvrouw was even gelukkig, als Truitje en Eef.

„'k Heb altijd wel gezien; dat je Moeder iets bijzonders was," zei ze, — «en we magge maar wat blij zijn, dat Truitje die eerste brief geschreven heb."

Maar Truitje wilde niet gelooven, dat die eerste brief het gedaan had. Moeders laatste — die had de verandering gebracht — en dat Moeder dien geschreven had — dat — ja, dat had de Heere Jezus gedaan — door het Avondmaal. En toen Truitje efïets van zeggen wilde, knikte buurvrouw, en zei dat ze er alles van begreep.

Nu kwamen er heerlijke dagen. Eerst stuurde Grootvader een grooten koffer, waarin al het goed gepakt moest, en toen gingen ze met Moeder allerlei moois koopen, ook voor hen ieder twee nieuwe zomerjurken. Telkens moest Eef den koffer even opendoen, om te zien hoeveel er al in lag.

Toen de laatste dag voor de vacantie kwam zei Moeder dat ze den Meester op school gedag moesten zeggen, want dat ze na de vacantie niet terugkwamen, omdat ze naar de Christelijke school gingen.

„Eenig," zei Eef — „naar een nieuwe school." Maar Truitje vond 't toch een beetje jammer; want de meester was wel aardig en het zou Marie Vermolt ook zoo spijten.

180

Sluiten