Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nu gaan we ook nooit meer naar „'t Zaaltje"," zei Truitje eindelijk.

Dat was toch wel jammer. Wat had ze het daar altijd heerlijk gevonden! Zóó bedroefd kon ze niet wezen, of op „het Zaaltje" voelde ze zich altijd gelukkig. Dat ze dat nu nooit aan de Juffrouw zeggen kon. Toen Eef eindelijk sliep, lag Truitje daar nog over te denken. Het eenige dat ze nog doen kon, was, de Juffrouw een brief te schrijven. Dan kon Moeder dien meenemen en vragen of Marie Vermolt hem aan de Juffrouw gaf.

Die gedachte stemde Truitje weer blij. Toen vouwde ze nog eens haar handen. Wat was alles mooi en heerlijk! Dat had de Heere Jezus gedaan.

„Lieve Heere, ik dank U," fluisterde zij en met een hartje overvloeiend van geluk en dankbaarheid keerde ze om, om te gaan slapen.

Toen Moeder uit Amsterdam terugkeerde bracht ze de groeten weerom van buurvrouw en de poes, en buurvrouw verzocht Truitje om haar eens te schrijven, want niemand kon zulke mooie brieven schrijven als Truitje, zei buurvrouw.

Moeder had den brief voor de Juffrouw aan Marie Vermolt gegeven.

Truitje durfde er niet vast op te rekenen, maar toch was ze niet zoo heel verbaasd, toen een poosje later een brief van de Juffrouw kwam. Ze liep er gauw mee naar het bankje in den tuin. Later zou ze hem wel eens aan Moeder en Grootvader en Eef voorlezen. Maar nu was hij eerst voor haar alleen.

De Juffrouw was heel blij dat Truitje met Moeder

185

Sluiten