Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16

VER VAN HUIS

schap dan mijn witje, ik ga nooit op reis zonder hem, maar 't is me nog nooit gebeurd dat hij ontsnapte. Ik dank jullie hartelijk voor je hulp, hoor!"

Toen knarsten de remmen, met een ruk stond de trein stil.

„Kom, kinderen, we zijn er."

Het portier zwaaide open en even later stonden allen op het perron. Nu ging het nieuwe leven pas echt beginnen. Hoe zou het zijn?

II.

HET NIEUWE TEHUIS.

Van het station naar huis was nog een heel eind loopen. De regen viel bij stroomen neer en een ijzige, koude wind deed de kinderen klappertandend diep in hun jassen weg duiken.

„Er is natuurlijk niemand om ons af te halen, kom maar gauw mee," zei mijnheer en in stevigen pas stapten ze langs de doorweekte wegen vlug naar hun nieuw tehuis.

„Hier zijn we er!"

Op 'tzelfde oogenblik dat mijnheer den sleutel in het slot wilde steken, werd de deur van binnen al geopend.

„Zoo, zoo, zijn jullie daar al? Hartelijk welkom thuis, kinderen," klonk het hun tegen, en een groote blonde dame schudde hen alle drie de hand.

„Foei, wat zijn jullie nat, 't is me ook een weertje! Ga maar gauw mee naar boven om je eerst te verkleeden. Zoo'n kou zijn jullie heelemaal niet gewend."

Voor ze goed wisten wat er met hen gebeurde, zijn ze alle drie binnengekomen, twee trappen opgeloopen en ston-

Sluiten