Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74

VER VAN HUIS

„Ja, mijnheer," zei Ernst en gaf' zijn hand er op.

Toen, natuurlijk, als de wind naar beneden óm het groote nieuws te vertellen en allemaal juichten ze met Ernst mee, allemaal geloofden ze heel zeker dat hij er komen kon.

Wie nu gedacht zou hebben dat Ernst die laatste weken voortdurend over dat examen'zat te tobben en altijd met zijn gedachten bij zijn werk zat, had het glad mis. Als zijn uur werken, of de les voorbij was, dan rende hij naar buiten en was zoo vroolijk als hij na zijn komst in Holland nog niet geweest was. De frissche buitenlucht en de lange marschen, die hij maakte, deden hem ook zoo goed. Zijn oogen keken helder de wereld in en zijn bleeke wangen werden weer zoo bruin als in Indië.

In die dagen scheen Adrie plotseling een voorliefde voor de krant te hebben gekregen. Nauwelijks viel hij 's avonds in de bus, of zij was er bij en had het kinderblad te pakken. Al verscheidene avonden was dat zoo gegaan en de jongens begonnen er haar al mee te plagen, toen ze op een keer opeens hard begon te gillen. Als een dolleman sprong ze rond, klapte in de handen en riep:

„Peter, kom dan toch. Peter, kijk eens, kijk eens!"

En toen Peter aan kwam hollen en in de krant keek,' daar waar Adrie's vinger wees, deed hij ook al zoo mal.

In een oogwenk verdrongen ze zich toen allemaal om het blad en daar stond:

Uitslag kleurwedstrijd. Eerste prijs, Peter Dorresteyn.

„Hoe kan dat? Ik heb mijn plaat niet eens ingestuurd. Dat kan toch niet?" Peter keek verwonderd van den een naar den ander.

Adrie schaterde het uit.

„O! 't Is eenig. Ik heb hem voor je ingestuurd. Toen dien avond, je weet wel, van mijnheer De Groot, toen vond ik je kleurboeltje in den tuin en toen heb ik het even afgemaakt, 't Was toch bijna klaar, alleen de hoekjes nog, anders zou

Sluiten