Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22

De redder in den nood

dan niet zoo beschikt? Heb ik er niet om gebeden?"

Toen antwoordde de Moeder, die erg bleek was geworden, zacht, met bevende lippen: „Het is een verzoeking des Satans, kind!"

Het meisje trok de smalle schouders op — begreep zij den zin dezer woorden niet? Zij stapte al maar driftig op en neer in de droeve ruimte van het armoedige vertrek, met den vastberaden trek op haar gelaat, die zoo levendig aan haar overleden vader herinnerde.

«Van al dat geld komt ons niets toe," ging Gijsje voort: „geen cent! We moeten direct na 't eten naar de Pruimenhoeve — dit geld moet het huis uit — hoe eerder hoe beter! Het is een verzoeking! Het zou kwaad zijn in 's Heeren oogen, als we 't hielden!"

Dat verleidelijke geld begon de weduwe te ontroeren, en de biljetten met haar magere vingers bijeen rapend, sidderden haar handen, alsof ze gloeiend ijzer aanraakten.

Drika echter was bitter verontwaardigd. Zij liep naar buiten, en met een harden slag smeet zij de deur achter zich dicht.

„Ik raap nooit meer iets op!" barstte zij uit: „nooit! Moeder kan den gierigaard het geld terugbrengen, maar ik bedank er voor! Ik ga 't aan Stijn vertellen — die zal rare oogen opzetten, als ze 't hoort!"

Zij was de opening der beukenheg al door. Zij schopte in haar wrevel naar een zwarte kip, die luid kakelend weg stoof, en was den straatweg reeds op, om naar de lange Stijn te gaan.

Op dit oogenblik verscheen Moeder in de buitendeur.

„Drika — kom eens hier, mijn kind!"

„Waarom?"

„Omdat ik het wil."

De toon, waarop de weduwe dit zeide, klonk zeer beslist, maar het meisje weifelde. Zij had haar moeder

Sluiten