Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24

6. VERGANE GROOTHEID.

En ze trokken nu naar 't noorden, naar den Ouden Rijn. Jan wist, dat 't vroeger een machtige Rijnarm was. Nu is het een kanaal met schutsluizen, dat dienst doet als boezem der omliggende polders en als scheepvaartweg. Van de oude rivierklei bakt men, vooral te Woerden, massa's steenen en pannen. In Alfen rustten ze even uit, het kleine stadje met zijn vele fabrieken voor jam, bessensap, vruchtenwijnen en tegels. Maar toen ze kleine uitstapjes gemaakt hadden naar Boskoop, dat met zijn groote boom-, heester- en bloemkweekerijen veel had van Aalsmeer, en naar Koudekerk om den Rembrandtmolen te zien, waar de groote schilder zijn eerste streken met het penseel gedaan heeft, vlogen ze noordwaarts. Over het laagveengebied van Zuid-Holland en Utrecht, natuurlijk met vele plassen, kwamen ze te Abcoude.

„Kijk, weer een fort!" riep Jan, die zich de forten bij Muiden nog herinnerde. „Van de Stelling Amsterdam," zei VaderOoievaar. Er ligt een kring van 36 van die forten op ongeveer 3 uur afstand rondom de hoofdstad en daarbuiten kan een breede strook land onder water gezet worden. Je ziet, voor de verdediging van Amsterdam in oorlogstijd is heel wat gedaan,"

Ze gingen naar Muiden, om de drie groote sluizen te zien voor de Nieuwe Hollandsche Waterlinie. Zóó kan men zeewater in 't land ten oosten van Vecht en Vaartschen Rijn laten loopen.

„Dan bederft het bouw- en weideland en worden de koeien slechter," riep Jan wijs. Vader-Ooievaar buitelde van 't lachen.

„Waar heb je dat geleerd, wijsneus?" — Jan riep: „In Friesland immers."

„Je hebt gelijk. Maar 't gebeurt hier slechts in oorlogstijd en alleen, wanneer de Lek afgesloten wordt." Ze volgden nu de richting Utrecht, welks hooge domtoren

Sluiten