is toegevoegd aan uw favorieten.

Ons mooi en nijver Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

30

voort. Doch waarheen? Daar is Scherptand! „Piep, piep! Ik help je wel." De kleine vleermuis klimt op Jans rug en wijst hem den weg. Gelukkig, in Pannerden en Westervoort is alles in orde! Nu naar de Veluwe! Maar wat is dat! Troepen vijanden jagen de Nederlanders voor zich uit en die trekken terug, terug. De onzen bereiken de Grebbe-linie, die blank staat. Een poosje worden de vijanden teruggehouden, maar niet lang. Angstig laat Jan zich door zijn kleinen stuurman naar 't zuiden voeren, waar andere vijanden opdagen. Ze willen tusschen Willemstad en Ooltgensplaat naar 't Hollandsch diep. Maar onze soldaten staan met geweren en groote kanonnen in de forten. Dan naar Hellevoetsluis en Den Briel en Hoek van Holland. Overal ziet Jan op zee vijandelijke schepen, die naar Holland willen. Maar onze grimmige forten en oorlogsschepen liggen daar alle klaar, om het te beletten. Pas is hij een eind het land in, of hij merkt, dat de vijand tóch van dien kant nadert. Alleen het water keert hem, want alle droogmakerijen staan vol. In duizelingwekkende vaart vliegt Jan naar Utrecht. Water, water, tot ver in 't oosten. En daarachter staat de vijand. Jan hoort de kanonnen grommen, maar 't klinkt ver en onduidelijk. Hij ducht gevaar voor Amsterdam! „Breng mij naar Den Helder, Scherptand." En Scherptand klimt op den rug van Jan, haar vliegmachine en stuurt naar Den Helder. Maar wat is dat? Een andere vijand wil door Marsdiep en Vlie de Zuiderzee in; alle moeite is tevergeefs. Evenals in 't zuiden zijn alle bakens en tonnen en havenlichten weg. Een loods zegt: „Daar komen ze nooit in! Van den zeekant geen gevaar. Wij loodsen kennen nog pas den weg, als alle bakens en tonnen er liggen. Wat wil een vreemde vijand dan?"

Dat geeft Jan rust, en blij vliegt hij naar Amsterdam terug. Vreemd, nu komt toch de vijand achter hem aan! Aan elke veer een zweetdruppel bereikt hij Amsterdam. Daar zit de stedemaagd boven het paleis en kijkt rond. Ze lacht tegen Jan, die een erg bezorgd gezicht zet.

Geen gevaar, Jan! Alles rondom Amsterdam staat onder