is toegevoegd aan uw favorieten.

Ons mooi en nijver Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32

„Konden die ooievaars me maar verstaan!"

Jan begreep hem natuurlijk. Hij de stad in en overal aan het zoeken! Hij durfde niet teruggaan, vóór hij het meisje had gevonden. Het werd donker.... en nog had hij haar niet ontmoet. Eindelijk, moedeloos, besloot hij naar het schip terug te keeren. Maar wat was dat? Hij kon het niet weervinden.

Den volgenden morgen, zoodra het licht was, stond hij alras bij de Merwede. Hij zag geen schip! Treurig keek Jan om zich heen. Eensklaps vroolijkte zijn gezicht op. Hij zag Kawa. Jan vertelde hem 't geval.

„O!" zei Kawa, „Vader-Ooievaar zal hier wel terugkomen en op je wachten. Weet je, wat we zullen doen? We vliegen naar Geertruidenberg en zien, wie daar het eerste aankomt."

Jan bereikte Noord-Brabant, vóór hij 't wist. Het was misschien wel wat onbedachtzaam van hem, dat hij zich door Kawa had laten overhalen. Een schrale troost, dat hij den wedstrijd had gewonnen. Hij zat in Geertruidenberg, ver van VaderOoievaar !

„O! die schipper," zei de zorgelooze Kawa, „gaat altijd naar Sint-Filipsland. Ik zal je den weg wel wijzen." Ze vlogen over de Noord-Brabantsche zeeklei, die Jan al kende, in één vlucht door. Jan keek naar ieder schip op het Hollandsen Diep, maar er voeren zóóveel schepen, dat Jan wanhoopte, of hij VaderOoievaar terug zou vinden.

„Ka, ka," kraste Kawa, nadat ze een paar dagen hadden gewacht, „dit vaarwater is de verbinding van Rotterdam met Antwerpen, en van Antwerpen met Duitschland. Hier zijn veel te veel schepen. Wacht maar, tot je in Sint-Filipsland bent."

Zóó bereikte Jan opnieuw 't Zeeuwsche eilandenrijk.

Ze vlogen het kleine plaatsje Sint-Filipsland over, heel haastig, al keek Jan er met een schuin oogje naar de mcsselvisscherij.

Op de Ziipe is ook heel wat scheepvaartverkeer, doch hier vond Kawa gelukkig een meeuw, die hij kende. „Psj!" riep hij. „Heb je 't schip van Hendriks al gezien?"