Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84

Vind je bokkingföökerijen, maar vooral in De Lemmer, geloof ik .... Ze zijn gek, die menschen; ze bederven de visch met rook en zout."De zeehond dook onder en kwam dadelijk met een paar vischjes voor den dag. „Proef eens," zei hij tegen Jart. „Zóó moet je ze eten .... Oudje, voor jou Ook een paar. Ik moet vannacht wacht houden, want je moet altijd oppassen voor die menschen."

Jan en Vader-Ooievaar smulden, bedankten den zeehond en vlogen terug, juist toen de poststoomboot Enkhuizen—Urk— Kampen de haven uitging. Op Schokland overnachtten ze. Jan wilde eerst op den vuurtoren blijven, maar toen de wachter Zijn helle lamp ontstak, maakten ze, dat ze wegkwamen. Midden op 't eiland stonden eenige huizen en een kerk in 't groen verborgen. — „Wonen hier nog menschen?" vroeg Jan verbaasd. „Ja, eenige ambtenaren van het rijk voor de vluchthaven en den vuurtoren. Emmeloord is een havenplaats voor Zuiderzeevisschers. Bij stormweer liggen ze veilig achter den dam van dit eiland. De eigenlijke bewoners hebben 't eiland, dat tot Kampen behoort, moeten verlaten in 1859. 't Is er te gevaarlijk. Alleen in den hooitijd wonen er nog velen."

22. VERBODEN TE ROOKEN.

Op een heerlijken morgen verlieten de ooievaars 't eiland. Overal in 't rond blonken de zeilen der dobberende visschersschepen. De stoomboot van Meppel naar Amsterdam verhet juist het Zwolsche Diep, dikke rookwolken kwamen uit de pijp en verstoven. Jan was al gauw bij de 5 K.M. lange dammen: eenvoudige kribwerken uit gevlochten rijshout, met steenen verzwaard. Men heeft ze zelfs aangevuld met kraggen uit de veenplassen van den kop van Overijsel. Palen zijn overal in den grond geheid en houden alles op zijn plaats. Bijna op 't eind is een noodhaven gemaakt en daar staat op den dam een eenzaam

Sluiten