Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

86

hadden groote tassen gedroogd riet of biezen en hooi in hun nabijheid. Bij een fhnken westenwind raakte een riethoop in brand, en in korten tijd stond de eene riethoop na de andere en huis na huis in vlammen. Als er niet zoo verschrikkelijk veel kippen bij omgekomen waren, hadden de tegenwoordige eierleggers het vast niet meer geweten. Nu begreep Jan den angst der Genemuiders voor vuur. Een poesje droomde in de zon. „Zeg, poesje, wat doen die Genemuiders toch met al dat riet en die biezen?" Poes rekte zich uit, trok haar rug krom en zei: „Wel, daar bewaren ze muizen in." Jan klepperde van de pret. — „Mies weet er niets van," zei Pluto, een sterke karrehond. „Mijn meester en ik halen het riet van de kardoezen, en hij zet het op de opslagplaats. En dan weven hij en de knechts er matten van op de weefgetouwen in huis. Hij zei, dat de matten vooral naar Lisse en Hillegom en het Westland gaan, waar de bloemkweekers hun bloemen en kassen er mee bedekken. Vroeger gebruikten de menschen de matten in hun huizen. Tegenwoordig willen ze die niet meer hebben, om de stof, die er in blijft. Ze gebruiken zeildoek of zooiets." — „Linoleum uit Krommenie!" riep Jan uit. — „O, dat kan wel."

Van de mattenvlechters en stoelmatters had onze Jan nu gauw genoeg, en over Hasselt gingen ze naar het groote laagveengebied van Staphorst. Overal merkte Jan plassen, en soms wees Vader-Ooievaar hem eendenkooien, maar daaraan schonk hij weinig aandacht. Staphorst wilde hij zien. Weldra had hij het lange streekdorp in 't oog, dat van de Dedemsvaart tot dicht bij Meppel loopt. Eigenlijk zijn er twee dorpen, Rouveen en Staphorst, 't Is een veenkolonie, die in 't oosten aan hoogveen, in 't westen aan laagveen grenst.

„Wat smalle, lange stukken wei- en bouwland!" riep Jan uit.

„Ja, elk land heeft zijn gewoonten. In Staphorst wonen bijna alleen eigen boeren. Als een boer een lang stuk grond had, dat zich ver in 't oosten en westen uitstrekte, dan moesten zijn kinderen 't bij zijn dood verdeden. Elk wilde natuurlijk liefst het

Sluiten