Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan de liefde van het volk voor een stadhouder uit het huis van Oranje, — neen, daaraan denken ze evenmin.

Zoo als 't nu is, zóó moet het blijven. Eeuwig! . . . Geen stadhouder, maar de Staten de baas.

't Lijkt eigenlijk weer een beetje op den ouden riddertijd, lang geleden. Toen waren de edelen de meesters in 't land, en het volk had niets te zeggen. Toen wachtte dat volk op de hulp van den graaf.

Nu zijn de Staten de baas. Zij wonen niet in sterke kasteelen; zij wonen op de deftige grachten in Amsterdam, of in de voornaamste buurten van den Haag; maar het volk heeft nu evenmin iets te zeggen. En dat volk wacht zijn hulp van Oranje . . . Hoe zal 't gaan?

,,'t Gaat goed nu!" denkt Jan de Witt

Hij heeft gelijk: 't gaat goed. Het kleine Holland is in de heele wereld mst eere bekend. Het heeft voor 't trotsche Engeland niet gebogen. De heeren, die het land regeeren, zorgen uitstekend voor de vloot; daar hebben ze alles voor over. De zee moet vrij zijn. Zonder de vrije zee kan Holland niet leven . . .

Jan de Witt is een wijs en voorzichtig man. Hij weet wel, dat de republiek maar zoo'n klein landje is, en dat het tusschen twee machtige koninkrijken in ligt; tusschen Engeland en Frankrijk. Hij weet ook, dat dit heel gevaarlijk is voor zoo'n klein land,; maar hij zal wel zorgen, altijd met één van die twee goede vrienden te blijven. O, als ze konden, zouden ze dat kleine landje aan de groote zee zoo graag inslokken; maar de een gunt het niet aan den ander. Dat weet de Witt óók wel ... Hij moet zorgen, nooit met die beiden tegelijk twist te krijgen; want dan is Holland verloren.

In 1667 werd de vrede met Engeland gesloten. Gelukkig! Dan kon de handel weer bloeien gaan. En dan werd er veel meer verdiend. En dan was het land niet meer in gevaar! En dan, dan riep het volk ook niet zoo hard om een Prins. Gelukkig!

Maar . . .

In Frankrijk regeerde een machtig koning. Lodewijk XIV heette

24

Sluiten