Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet omdat ze zélf zoo sterk waren, of zoo sterk zijn. God, in den hemel, heeft ons die mannen gegeven. Hij gaf ons ook onze koningin!

Stoere mannen van Oud-Holland, wie zal hen gelijken?

„Zulke mannen zijn er niet meer. Zulke mannen komen er niet meer!" Dat zeggen de menschen van onzen tijd zoo dikwijls; maar dat weten ze niet.

De Ruyter, De Witt, Willem III ze zijn toch ook eens kind geweest.

De Witt was maar een heel gewoon burgerzoontje.

De Ruyter was maar een heel arme jongen.

Willem III was maar een Prinsje, bleek en zwak.

Wie had toen kunnen denken, dat zij zouden blijven leven, eeuwenlang, in de herinnering van hun volk? . . . Niemand!

En wie zal nu kunnen zeggen, wat er groeien kan uit de jongens en meisjes van onzen tijd? . . . Niemand!

God, in den hemel, leidt het leven der menschen.

Och, — 't kan misschien nog wel een jongen of een meisje zijn uit onze eigen klas, die eens een eer van zijn land en zijn volk zal worden. En 't zal misschien niet eens de sterkste, en niet eens de braafste, en niet eens de knapste zijn van de klas. En 't behoeft ook heusch geen oorlogsheld te worden. Het kan wel anders ook. Nog beter misschien. Maar — ze moeten hun land liefhebben, zooals ook deze mannen van Oud-Holland het hebben liefgehad. Ja, dat moet!

57

Sluiten