Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ëen klein kereltje in de wieg al benoemd wordt tot kapitein bij het leger, en elk jaar een schat van geld verdient.

Die heeren regenten hebben afspraken gemaakt met elkaar, en die in brieven neergeschreven. Ze zullen altijd zorgen voor elkaar en voor elkanders kinderen; en ze zullen óók zorgen, die niemand van de „kerels" ooit in de regeering komt, of de vette baantjes krijgt, 't Is nu een echte familieregeering geworden in Nederland. Zij zijn heer en meester. Ze zullen het blijven ook. Zij alleen kiezen de regeering van de provincies, zoowel als van de stad. En ze kiezen altijd een van de hunnen. Die afspraken heeten met een deftigen naam: „Contracten van correspondentie" of ook wel: „Minnelijke schikkingen".

De heer in 't paars had nu de beurt om een post te vergeven. Zélf heeft hij geen dochter, en daarom moet dat kleine meisje van zijn vriend er maar gelukkig mee worden gemaakt.

Gelukkig? . . . 't Kleine ding begrijpt er niets van; en als die deftige vader en moeder met veel beleefde strijkages. en buigingen hun vrienden dankzeggen, probeert zij een van de gebeeldhouwde engeltjes van de tafelpoot haar mooie pop boven op zijn kale houten kopje te zetten . . .

„Fi donc!"1) roept mama verschrikt. En de stoute „zakjesnaaister van het stadhuis" moet komen, en óók een beleefde buiging maken voor die goede vrienden.

Een buiging? ... Ze kan 't haast niet in haar stijve kleeren; maar ze zal 't best leeren. Ze heeft al een gouvernante voor haar alleen, die haar van alles onderwijzen zal, maar vooral, hoe zij in gezelschap heel beleefd en voornaam moet doen . . . Over een poosje komt er ook een dansmeester om haar dansen te leeren. Dat hóórt zoo!

Het kleine grootmoedertje maakt de deftige buiging zoo mooi als ze kan, en dan huppelt ze gauw weer weg. Zij begrijpt van dit wonderlijke leven nog niets. Och, maar over enkele jaren zal ze toch ook wel een statige jongejuffer zijn.

O „Wel foei!"

63

Sluiten