Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keek naar de passagiers in de open, houten wagens; hij keek naar den dikken walm en den vetten smook van de pijp.

Maar hij keek veel méér naar die wonderlijk geheimzinnig draaiende wielen en stangen van de locomotief, die zóómaar gingen, zóómaar vanzelf! ... O, dat, dat leek wel het werk van een toovenaar! ...

„Vader," riep hij, „vader, 'k wou, dat wij ook zoo'n trekding voor onze schuit hadden!"

„Wat?..." bulderde de schipper, „wat zeg je daar, kwajongen? Zoo'n ding voor mijn schuit? Nooit, zeg ik je, nooit! Voor honderd duizend daalders niet, hoor je! ... 't Is 'n schandaal! 't Is goddeloos! Zoo'n leelijk, stinkend stoomding, — 't bederft de lucht, en 't maakt de menschen en de beesten ziek, ja! ... En waaróm? Kan er nou nog iets beters in de wereld zijn, dan een mooie trekschuit ... Wacht maar! Vandaag of morgen rijdt dat mirakel toch de vaart in, en dan is 't uit! Dan zijn de gekken, die hun goeie geld gegeven hebben, om dat ding te bouwen, al hun lieve centen kwijt. Goed zoo! ... Als ik de

134

Sluiten