Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Vader, ... dat is nou de stoom, nie-waar? Zoo gaat nou de stoomwagen óók, nie-waar?"

De schipper, die aan den anderen kant van den haard zat, met zijn kousevoeten op de plaat, bromde wat, maar gaf geen antwoord. Hij was héélemaal niet in zijn humeur van avond. Hij had zijn langen gouwenaar, dien hij anders zoo genoeglijk kon zitten rooken bij den haard, wèl gestopt, maar was vergeten hem aan te steken. Nu greep hij de tondeldoos uit zijn boks1), deed het busje open, probeerde tusschen de twee vuursteentjes een vonkje te slaan. Dat vonkje moest vallen in de half verkoolde vodjes van het busje, dan zou die tondel aangloeien; dan was er vuur voor de pijp . . . Maar de schipper sloeg veel te wild: 't lukte niet . . .

Dan maar een zwavelstokje! . . . Naast de schouw hing een koperen bakje aan den muur, met een deksel er op. Hij greep er een lang, dun houtje uit, hield het eene, geelbepoederde eind even in het vuur onder den pappot, en een groen-blauw vlammetje knetterde op aan het stokje ... De pijp werd aangestoken.

Moeder zat aan de wit geschuurde tafel kousen te stoppen bij het flauwe licht van een tuitlampje. Nu en dan trok ze de brandende pit waaraan een rossig vlammetje flikkerde, een beetje verder uit de tuit. Dan was 't een oogenblikje helderder licht; maar lang duurde 't niet. En 't ding walmde zoo . . . Een paar kaarsen aan te steken? Ja, dat kon wel, maar dat was toch veel te deftig. Dat deed men 's Zondags een enkelen keer, of op een feest ...

't Was schemerig in 't kamertje. De vlammen onder den pruttelenden pot gaven nog het mééste licht, 't Was er toch gezellig. Jammer, dat vader zoo uit zijn humeur was.

Zijn jongen begreep het wel. In vaders hart was een stille vrees voor den stoomwagen. Hij was bang, dat langzamerhand alle menschen met dat leelijke ding zouden meegaan, omdat het zoo hard ging, en hem, met zijn mooie trekschuit, alléén zouden laten

Straks, toen ze met de schuit weer naar stad waren terug-

0 Broek. 136

Sluiten