Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

137

meester. „Vertel me eens, leef je altijd in vriendschap met Schaap?"

„Ja, burgemeester, we hebben nog nooit ongenoegen met mekaar gehad."

„Jullie hebben als goede buren en vrienden dan zeker wel heel dikwijls over de geschiedenis gesproken!"

„Nou, zoo dikwijls niet, want Schaap begon er nooit over."

„Hé, dat is toch vreemd! Een ander zou er niet over hebben kunnen zwijgen."

„Hij heeft er ook wel eens over gesproken, burgemeester, het meest toen hij dacht, dat ik ontslagen zou worden."

„En waarom dacht hij dat toch?" „Omdat hij iets niet goed begreep. Toen de tasch gestolen was, kon ik natuurlijk opdien avond de brieven niet bezorgen, en hij meende stellig, dat 'ik daarvoor met ontslag gestraft zou worden."

„Juist, juist," zei de burgemeester, terwijl hij een oogenblik zwijgend voor zich uit staarde.

„Ik geloof, dat er een beetje licht in de zaak komt, burgemeester," zei nu de brigadier.

De burgemeester knikte zwijgend. „Wanneer jij eens werkelijk ontslagen was

Sluiten