Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALLEEN ?

65

een droom zijn? Hè! Kon hij nu niet wakker worden?.... O als hij nou eens wakker werd, zoomaar opeens, en hij lag lekker weggedoken in den landauer! Dan was z'n kwartje weg en z'n briefje, maar dat dêerde hem niet!....

Dan zou zijn angst ook weg zijn O, als 't eens waar

was, als hij eens droomde/

Hans rukte zich wat omhoog, sloeg met z'n hoofd

Dwaze jongen, die hij was, hij wilde nog probééren óók, of hij nu echt sliep en nu heusch ook wakker kon worden

't Was geen droom, 't Was echte, trieste, diep verdrietige werkelijkheid.

Hij snikte, zakte overzij in zijn boot en bleef liggen tusschen de duilen en de halfvertrapte hulsttakken in.

„O, help me, help me toch!" kreunde hij, zonder te weten aan wien hij 't vroeg, „help me nou toch, help me nou "

Wie zou hem hooren? Wie zou hem helpen?

Vader en moeder? Waar waren ze? Hij wist niet eens meer welken kant hij moest uitstaren om hen te zoeken!....

De dokter? Wèg was die, eindeloos ver weg! De

menschen in 't dorp, de meester? Die zaten nou warmpjes in hun kamers, de gordijnen gezakt en de luiken dicht. Ze dachten niet aan zoo'n dwazen jongen, die, om wat mooie siertakken voor z'n boot, verdwaald was op den grimmigen plas.

O, als hij schreeuwde, hoorden ze hem niet. Hij was verloren, heelemaal verloren in de eenzaamheid, en de klamme mist kroop al dichter om hem heen. 't Was, of die zijn ijzigkoude armen om hem heen knelde, — of zijn kille adem hem in 't oor fluisterde: „Zie zoo, nou ben je geheel verlaten, nou ben je van mij. Nou kan jij bij niemand

meer komen, en niemand kan meer komen bij jou

Niemand kan je meer hooren."

Hans' ziel worstelde tegen dien feilen angst en in zijn

benauwdheid snikte hij 't uit: „O help me! O, o, Heere

Jezus, help me! help me!"

Zoo'n vreemde jongen 5

Sluiten