Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALLEEN?

75

Naast den steiger, op den lagen wal, klimt ze 't water uit....

„Moeder, moeder!" schreeuwen de kinderen.

„Kom maar!" hijgt ze, „kom maar," en in haar stem snikt een vreugde, zóó groot, zóó rijk

Ze draagt haar jongen weg in haar sterke armen, als een kostbaren buit.

In 't klein kamertje, op vaders stoel, zet ze hem neer, en kust hem, kust hem weer, en streelt zijn handen en zijn haar.

Hans slaat de oogen op. Hij lacht flauwtjes en zijn hoofd knakt weer op moeders schouder neer. Daar lag 't zoo goed

En de anderen dringen er om heen en vragen, en de vreugde schittert in hun oogen. En klein Anneke, zoo wild gestoord in haar prachtige spel, vergeet al haar schatten en wringt haar klein lijfje ook al tusschen de anderen in en trekt moeder ongeduldig aan haar schort. Wat doen ze toch allemaal vreemd van avond. Moesje kust Hans maar, en haar klein Anneke kust ze héélemaal niet

„Moe, moesje "

Ze krijgt geen antwoord. Moesje streelt Hans en ze praat heel zachtjes tegen hem.

Dan strijkt ook klein Anneke met haar handje over Hans z'n jas en ze babbelt: „Ikke vind Ans óók wel lief

Bep is weggevlogen den molen weer uit. Daarbinnen, o daarbinnen was 't veel te klein en te druk voor haar groote blijdschap. Buiten tegen den molen staat ze, rillend van kou en van vreugde.

„O, lieve Heer, lieve Heer.... ik, ik ben zoo blij! U

hebt Hans tóch teruggebracht, U /" bidt ze in eerbied

en diepe dankbaarheid.

Dan hoort ze riemen klotsen in 't water van de tocht en 't spreken van donkere mannenstemmen. Dat moet vader zijn, misschien met Bilders, den boer. Ze willen Hans gaan zoeken, en hier, bij den molen, kunnen ze 't

Sluiten