Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lodewijk had in z'n speelkamer op de Wartburg z'n soldaten al klaargezet en kon 't bijna niet meer uithouden tot ze kwam. Eindelijk zei z'n vader tegen hem. dat-ie mee mocht om haar af te halen. Elisabeth zat al 'n heelen tijd te wachten: het prentenboek dat ze haar gegeven hadden, had ze al lang uitgekeken en nu was ze maar gaan opzeggen in d'r eigen, alle gebedjes, die ze zoo van buiten kende. Dat vond ze wel ook leuk, wantje wist, dat O. L. Heer het erg prettig vindt, als je Hem onder 't spelen door, zoo 'ns goeien dag zegt.

Opeens ging de deur open, en Lodewijk en Elisabeth stonden tegenover elkaar, vóór ze 't wisten. Lodewijk keek eerst wat bedremmeld, nam haar dan ineens bij baar hand en zei: „Ga je mee?" — Dan liepen ze 'n heelen tijd stil naast elkaar voort, terwijl Lodewijk haar altijd maar schuin aankeek. Tot opeens hij z'n beide armpjes om haar hals sloeg, haar 'n kusje gaf, dat 't klapte, eh zei: „Ik vind jou lief". En Elisabeth lachte blij: „Ik jou ook wel". Toen gingen ze druk aan 't praten tot ze thuis waren.

De gravin had op het kasteel vriendinnetjes verzocht, die altijd met Elisabeth mochten -spelen. Maar toen Elisabeth 'ns vroeg of ze meegingen om arme kindertjes blij te maken met lekkers, dat ze gespaard had, trokken ze een voor een hun neusje op en zeiden : „Bah, naar die vieze kinderen — nee hoor." Elisabeth ging dan alleen en ze was erg lief voor die kindertjes. Hoe viezer ze er uitzagen, hoe liever zij was, en als ze haar bedankten, zei ze: „Dat hoef je tegen mij niet te zeggen. Zeg 't maar aan O. L. Heer, want die geeft 't jullie toch eigenlijk."

Zelf ging ze dan naar de slotkapel, knielde vlak voor 't tabernakel en zei: „Lieve Heer, zorgt U dat ik 'n goed kind word en maakt U dat de andere kinderen ook graag wat aan de armen gaan geven. Ik

54

Sluiten