Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem met mooi vonden zoo. En als ze hem nakeken, had-ie zoo'n pret van binnen, dat ie wel op z'n hoofd kon staan van plezier. Maar kwaad dat-ie was, als ze hem voorbijliepen ! O, dan had-ie hun wel 'n keitje achterna willen keilen, zóó venijnig, dat hun hoed er scheef van op hun hoofd ging staan.

De arme kinderen van Assisië waren altijd blij, als ze Frans tegenkwamen. Die was zoo goed voor hen; veel beter dan andere rijke jongens van de stad. Van

hem kregen zij bijna altijd wat en als hij in den tuin liep en zij over 't hek stonden te kijken, riep-ie bijna altijd: „Wacht effe, dan schud ik 'n paar appèls van den boom". Eén keer was-ie knorrig geweest tegen 'n vrouw, toen ze hem om 'n boterham vroeg. Daar had-ie zoo'n spijt van later, dat ie z'n eigen zwoer: nooit van zijn leven meer iets aan 'n arme te weigeren.

Frans werd 'n man; en toen de oorlog uitbrak, moest hij ook mee in 'n fijn soldatenpakje en met 'n echt geweer over z'n schouder. Hij dacht: als ik nou heel hard vecht en erg dapper ben, krijg ik misschien wel 'n extra belooning van den vorst. Wie weet of ik niet nog eens 'n schatrijke prins word, met heel veel knechten met mooie pakken aan, die voor me buigen als knipmessen!

Maar op 'n nacht kreeg-ie 'n droom en hoorde hij 'n stem, ('t was

63

Sluiten