Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

27

„Alles gewent," zei Tante dan, „maar voor alles is tijd noodig, kind, en die zijn best doet, overwint alles."

Waaraan Kristien zich het minst kon gewennen, was, dat Tantes lippen zich nooit eens krulden tot een lach, dat de oude meid nooit meer zei, dan ze noodig had te doen en dat de oude knecht al met hetzelfde water scheen overgoten. Had er nog maar eens een vroolijke lach weerklonken of was er maar eens overluid gesproken, doch neen — nooit was dit het geval. Kristien had dan ook al bij zichzelve de opmerking gemaakt, dat Tante zeker al heel droeve ervaringen moest gehad hebben om altijd zoo stil en in een zelfde stemming te zijn en ze geloofde zeker, dat zoo ze geruim en tijd in dezen kring was, haar hetzelfde kalme en bedaarde eigen zou worden.

„Alles gewent en die zijn best doet, overwint alles;" dit gezegde van Tante kwam haar menigmaal voor den geest en 't meest wel 's morgens, als ze daar zoo heerlijk tusschen dommelen en waken in haar ledikant lag. Met dat vroeg opstaan had ze in huis al zooveel te strijden gehad, maar Mevrouw Raams was er nooit zoo streng op geweest; doch hier bij Tante? 's Morgens klokke zeven hoorde ze onverhoeds een licht tikje op de deur, want ze had niemand hooren naderen, en de stem van de oude meid, die zei: „Juffer!" Antwoordde ze niet spoedig, dan klonk dat tikje harder en werd die stem luider en hoorde ze na vijf minuten nog eens: „Is de Juffer nou wakker?"

Een van de eerste morgens, toen dat opstaan niet vlug" gegaan was, kwam Tante zelve eens zien, of Kristien iets deerde en dat was in 't vervolg voor de nieuwe inwoonster genoeg, om, zoodra ze 'teerste tikje hoorde, „Ja" te zeggen en op te staan.

Wanneer ze dan beneden kwam in de huiskamer, zat Tante daar reeds gereed en gekleed. Nadat het ontbijt was

Sluiten