Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28

afgeloopen, kwamen de oude mèid en knecht binnen en las Tante iets voor uit een stichtelijk boek of uit den Bijbel. Misschien kwam het wel door het eentonige van de stem, waarmee dit gebeurde, dat de knecht zat te knikkebollen. — Later werd dit voorlezen aan Kristien opgedragen.

Was deze eerste morgentaak afgeloopen, dan stond ieder met dezelfde bedrijvigheid op om aan zijn werk te gaan. Maar als men zag, wat er uitgevoerd werd, mocht men wel vragen: welk werk? Tante lette met een zekere nauwgezetheid op provisiekast, keuken en kelder en ging zich daarna kleeden. Was later het tweede ontbijt afgeloopen, dan verschool Tante zich voor eenigen tijd, op enkele dagen langer dan een urnop andere korter, in een kamertje, dat dicht bij het koetshuis was gelegen. In den eersten tijd wist Kristien niet, waarvoor ze dit deed, maar Melia, de oude meid, had het de juffer later op bijna onverstaanbaren toon (zoo fluisterde ze) verteld. „Maar vinger op het mondje," had ze er bijgevoegd. „Ziet uwe, zoo na de koffie ontvangt daar Mevrouw haar prottessees. — Ieder, die zen gemoed bezwaard heeft, kan haar daar komen spreken en er blijven van dat soort niet veel te huis, Juffer."

Wanneer 't een heldere, mooie dag was, zei Tante vaak, als ze binnenkwam: „Kristien, als je lust heb, maak je dan maar klaar, dan gaan we eens rijden."

Dat was al mede het heerlijkste, wat Kristien kon hooren. Zoo'n ritje, als 'ter buiten zoo heerlijk en opgewekt uitzag, maakte haar tot een geheel ander mensen en scheen niet alleen invloed op haar, maar ook op Tante te hebben, die dan menigmaal spraakzamer werd dan ze te huis ooit was.

„Kristien," zei Tante op zekeren middag, toen ze, na een lang afwezig zijn, was tehuis gekomen, „ik heb me vandaag eens druk gemaakt voor u. Zoo'n lui leventje, als ge, sinds ge hier zijt, leidt, zou u toch zeker op den duur niet best

Sluiten