Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

35

tegenspraak met hunne veel luchtiger levensbeschouwingen. Zoolang het hier helder en zonnig was, wilden ze gaarne genieten, maar toen dat alles veranderde, gevoelden ze niet welk een troost ze mij zouden geweest zijn, ook in mijne smart. Dat gaat meer zoo, Kristien! Ik hoop niet, dat ge het ooit zult ondervinden, maar er zijn velen in de wereld die gaarne willen genieten, maar die dat doen, zonder dat er eene enkele snaar in hun hart trilt van medegevoel. Komt dan de sombere tijd, waarin zij zich niet kunnen vinden, dan spreekt hun egoïsme, dan zijn ze alle hartelijkheid vergeten en leven voor zichzelf." „En die neven, Tante?"

„Die neven, kind — ge wilt mischien vragen: waar zijn die?" «Juist."

„Ja, een er van, de oudste, is als ambtenaar geplaatst in Indie. — Zoo nu en dan, als hij mij noodig heeft, hoor ik nog wel eens wat van hem. En de andere — niemand weet, waar hij is. Hij was zwak, erg levenslustig, meer voor de wereld dan voor zijne studiën en is eens, naar men zegt, met een groot gezelschap paardrijders verdwenen buiten's

lands Maar kom," zegt ze opstaande, „nu niet langer

stil gestaan bij hetgeen voorbij is. — Speel gij nu maar voort. Ik leer door u weer, dat er altijd, al is het nog zoo donker, nog een groote lichtzijde is aan 't leven *'

't Was misschien een paar dagen of langer na dit gesprek, dat Tante nichtje Kristien eens meenam op hare wandeling door de stad.

Sluiten