Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42

ze met warmte drukte, „voel ik het zonnetje best God zegene u, Mevrouw!" .

„Kom, Kristien," zegt Tante, „zet jij de stoelen eens weer op hun plaats, om 'tElze makkelijk te maken."

Nadat het tweetal, Tante en Nicht, op dezelfde wandeling nog een paar huisgezinnen had bezocht, waar 'tbij den een wat donkerder en bij den ander wat lichter uitzag, zegt de eerste, onder 'tnaar huis gaan:

„Kun je nu begrijpen, Kristien, waarom ik gepoogd heb, eens te zien, hoe het er bij anderen uitzag?"

„Ja Tante, uw leed werd er misschien minder door."

„Juist men denkt en gevoelt zich menigmaal zoo arm

en miskend en "t is net, wat ik je straks zei: Als men dan eens rondkijkt en ziet wat en hoeveel anderen lijden, dan zegt men wel eens bij zich zelf: neen, ik ben toch veel rijker. — Maar hoe bevallen je die bezoeken nu? liet Tante op heel anderen toon hooren.

„O, heel aardig, Tante. Ik kan mij best begrijpen, dat het voor u een groot genot is, om zoo veel menschen gelukkig te maken en ik ben ook heel blij, dat u mij in die geheimen eens hebt ingewijd. Maar ziet u, alles is mij nu nog zoo vreemd!"

„Dat antwoord hoor ik Hever van je," zei Tante, „dan dat je er al aanstonds mee ging dwepen. Ik heb u alleen ook maar eens meegenomen, om u eens wat anders te doen zien dan gemak en genot. Ik zal u niet altijd meenemen. Dan zou 't er veel van hebben of ik wilde schitteren met wat ik deed en van u eene dweepster maken."

Sluiten