Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74

Inmiddels verscheen op zekeren morgen een brief uit Marseille, die aan Mevrouw Van der Moolen de tijding bracht dat de Indische reizigers' daar waren aangekomen en spoedig in Holland hoopten te zijn met hun kleine reisgenootje, Leo. 't Werd nu tijd, begreep Tante, om wat er nog voor toebereidselen te maken waren, in orde te brengen. Kristien had aangeboden, het kleine logétje op hare kamer te nemen, maar daarin had Tante niet toegestemd. Ze het op haar eigene kamer een klein ledikantje zetten. „Als hij grooter wordt," zei ze, „zal hij zijn eigen kamer hebben."

Kristien en Agnes vonden het erg overdreven, zooals Tante dien lastpost op zich nam en vooral Agnes, die de oude vrouw minder kende in hare eigenaardigheden, vond het veel te ver getrokken, als Tante beweerde, „dat zij den last op zich moest nemen, waaraan ze zelf schuld droeg."

„Verbeeld je nu zoo iets," zei Agnes dan..

„Ja, maar dat moet je nu niet belachelijk vinden," viel haar Kristien dan in de rede „want ik ken Tante beter en weet, hoe 'tniet bij zeggen blijft, maar hoe innig goed, dat ze 't meent."

En 't was wezenlijk aardig, om te zien, hoe ieder zich in huis druk maakte, om het den onbekenden logé in alles gezellig en gemakkelijk te maken. Daarin was Tante in de eerste plaats vol zorg en ijver. Dat heerlijke zachte bedje met die licht rosé gordijnen, die miniatuur waschtafel, dat

kleine stoeltje Kristien en Agnes, die al eens thuis

kwamen met alleraardigst speelgoed en de oude knecht, die Mevrouw kwam vertellen, dat hij heel toevallig een netten bokkenwagen met bok had te koop gezien, dien hij voor den kleinen jongen maar vast in besprek genomen had.

„Maar waar denk je aan, Kees?" had Tante gevraagd; ,,'t ventje is immers pas zeven jaar?"

,,'k Had zoo gedacht, Mevrouw!" was 't antwoord, „als

Sluiten