is toegevoegd aan uw favorieten.

Het zonnetje van binnen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

100

„Wel Kristien, hoe kom jij zoo op eens uit de lucht vallen?"

„Laat me jullie eerst eens even hartelijk goeiendag zeggen," het Kristien hooren, „en meteen mijne excuses maken, dat ik Frits heb meegebracht; die wou en die zou mee: want hij vertrouwde 't niet te best, dat ik niet weer dadelijk weg zou gaan. Wat zeg jij, jongen?"

„Kristien is pas thuis!" zei de aaTdige krullebol, wel een beetje confuus, dat hij zoo aanstonds tot het onderwerp van het gesprek werd gemaakt, „en ze moet nu ook een beetje bij ons blijven."

„Nu, Frits hindert ons ook niets," merkte Louize opgewekt aan. „Hier kerel, ga jij maar eens op mijn plaatsje zitten in de vensterbank; dan kun je al de menschen zien voorbijgaan. Maar," zich weder tot Kristien wendende, „wat hebben we elkander in lang niet gezien."

„En wat is er veel in dien tijd gebeurd," zei deze, terwijl ze een meewarigen blik op Sientje wierp.

„ja, ja!" — liet Louize er luchtig op volgen, „er valt heel wat te bepraten. Jij hebt zeker heel veel doorleefd en hier is er veel voorgevallen, maar dat behandelen we alles later. Vertel nu maar eerst eens: hoe komt het, dat je zoo in eens verrassend voor ons staat?"

„Dat zal ik je."

„Neen, maar laat ik je eerst eens wat zeggen," viel Louize haar in de rede. „Weet je van die groote buitenpartij, die

Bluis geeft? Wel, ik was er ook verzocht, maar wat is

het goed, dat ik er niet ben heengegaan."

„Ja, ik vreesde ook al, je niet thuis te zullen treffen, maar ik dacht, dan vond ik je oude lui toch en Sientje.... Maar waarom ben je er eigenlijk niet heengegaan?"

Louize trok met eenige preutschheid haar fijne neusje op. „Ik houd niet van dien opsnijdersboel.... maar dat is ook