Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

!59

„Ik geloof zeker, dat je veel trek zoudt hebben in zoo'n reisje.... en daar heb ik niets tegen. Vraag aan Agnes of je de derde reisgenoot moogt zijn. Ik geef u verlof — en ik zal u tot het doen van een reisje in staat stellen."

„En u thuis laten? Neen, maar dat kan u denken — dat gebeurt nooit. Als u mee gaat, dan ik ook graag, maar doet u het niet, dan blijf ik ook thuis. Buitendien, de derdè kon ik toch al niet zijn; want Agnes' broer, de Luitenant ter 7ee, gaat mee. „Een van de jongens," schrijft ze, „die met nonactiviteit thuis is, zal ons chapronneeren."

„Dus als ik thuis blijf — blijf jij ook te huis," gaf Tante ten antwoord. „Dan blijven wij beiden thuis, kind. Oude boomen moet men niet zoo vaak verzetten, de fijne worteltjes pakken geen grond meer."

Waarom bleef Kristien dat denkbeeld van de baden zoo lang bij? Als ze anders al eens iets voorstelde, dat niet zoo onvoorwaardelijk werd goedgekeurd door Tante, was het gezegd en ook vergeten. Maar dit idee maalde haar dagen lang door het hoofd. Ze had nooit gedacht, knorrig te kunnen worden op die beste vrouw en nu gevoelde ze een sterke neiging om het te worden. „Was *t ook niet verdrietig?" overiei ze bij zichzelf. „Tante had verandering en afleiding zoo hoog noodig, niemand die 't beter zien kon dan zij en toch sloofde en tobde zij zich eiken dag meer af dan behoefde met hare protegé's te bezoeken. Men kon toch alles overdrijven.''

En wie gezien had, hoe Tante op zekeren middag onverwacht op Kristiens kamer kwam en op een stoel neerviel, zou gezegd hebben, dat Nicht niet zoo verkeerd oordeelde!

Maar nu was het dan ook buitengewoon, zooals het mensch er uitzag. Zoo verbaasde het Kristien, dat ze haastig en verschikt opvloog, een flacon greep, die op hare tafel stond en uitriep:

„Hemel, Tante, wat deert u?"

Sluiten