Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

l82

Kristien iets van de buitenlucht kon genieten en altijd door hare zorgen moest wijden aan de patiënt, nam hij haar op een morgen even alleen en zei: „Mag ik u ook eens, al is het ook een ongevraagd advies geven, Juffrouw? Indien u nog langer zooveel van u zelve blijft vergen, zal ik hier spoedig twee patiënten hebben. Kunt u geen andere hulp krijgen, eene logée bijvoorbeeld?"

„O neen, dokter, dat nooit!" gaf Kristien beslist ten antwoord.

„Ja, u zegt daar nu zoo opeens: „dat nooit", en dat vind ik ook heel aardig van u, maar er moeten toch wezenlijk andere maatregelen worden genomen. Ik voorzie, dat uwe Tante nog weken kan liggen, vóór ze herstelt Is er dan niet een ander, die u hier wat helpen kan om te waken en te zorgen? U vergt werkelijk te veel van u zelve."

Kristien beloofde, dat ze er eens over denken zou. Maar ze vond het bespottelijk, om andere hulp in te roepen, waar ze 't zelf zoo best afkon. Ze wist, dat Tante niets liever had, dan dat zij alleen om haar heen was en wat had ze eigenlijk te doen? In de warme ziekenkamer te zijn, Tante nu en dan wat voor te lezen, haar hare medicijnen te geven en 's nachts een enkele maal op te staan, als Tante haar wekte, omdat ze 't een of ander noodig had of niet slapen kon. Maar anders had ze immers nachtrust genoeg.

En zeker zou het hierin nimmer tot een beslissing zijn gekomen, indien de doktér aan Tante zelve niet zijne bezwaren had medegedeeld, ,,'t Antwoord van de Juffer," zooals hij zei, „kende hij wel, maar in haar eigen belang ried hij Tante aan, om er voor te zorgen." En nauwelijks had de jonge arts de woning weer verlaten, of Tante zei, toen Kristien binnenkwam:

„De dokter zegt het en hij heeft gelijk ook, je moet wat hulp en wat afleiding hebben."

Sluiten