Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13

Niet waar? Gij zoekt Jezus, den Gekruiste? Gij zijt mij een lieve zuster."

De vreemde zweeg een oogenblik. Haar blikken dankten voor de liefde, welke voor haar verscheurd hart een verkwikkende balsem was. Daarop zei ze: „Ja! Ik moet u mijn hart uitstorten. Gij zult mijn geschiedenis hooren. Misschien geeft mij dat ook eenige rust voor mijn gemoed."

De fijngevoelige Maria wilde, terwijl zij haar bezorgdheid te kennen gaf, voorkomen, dat het meisje wellicht, in de spanning van haar gemoed, iets mocht meedeelen, dat haar naderhand zou berouwen. Op de herhaalde verzekering, dat een openhartige meedeeling thans een behoefte voor haar was, was Maria echter, terwyl zij haar noodigde, eerst iets tot verkwikking te gebruiken, met vreugde bereid het verhaal aan te hooren, waarvan zij zich niet zoo zeer de voldoening harer nieuwsgierigheid, als wel een zegenrijk genot voor haar hart voorspelde.

,,Ik heet Thirza S.," zoo begon het meisje, en Marie hoorde toen tot haar groote verwondering, den haar bekenden naam van den grootsten Joodschen bankier uit de stad, van wien men zei, dat hij een vorstelijken rijkdom bezat. „Gij ziet mij verwonderd aan, mevrouw? Ja, ik ben mijzelf een wonder, als ik er aan denk, wat in den laatsten tijd met mij is voorgevallen. Maar dit durf ik vrijuit zeggen: Ik geloof van ganscher harte, dat uw Jezus de beloofde Messias is, en ach! hoe gaarne wenschte ik ook deel te hebben

Sluiten