Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32

Thirza schudde weemoedig het hoofd: spreken kon zij niet. Hij wilde haar in zijn armen trekken, zij zonk op haar knieën en verborg snikkend haar aangezicht in zijn schoot. De oude man was buitengewoon ontroerd. Hij legde de hand op haar hoofd en zegende haar met den priesterlijken zegen. De zegenende woorden vielen haar als een hemelsche dauw op het hart. Zij riep tot den Heere, die de binnenste gedachten kent, en in Wiens hand het hart van alle menschen is, dat Hij neigt als waterbeken. In plechtig zwijgen was de vader over de dochter gebogen, wier stemming hem een onverklaarbaar raadsel was. Hij hoorde haar zuchten, en vernam het stille fluisteren van haar gebed.

„De Heere vervulle al uw begeerten," zei hij, met de woorden van den Psalm; de hand weer zegenend op haar hoofd leggende.

En zie! verhoord was zijn zegenwensch in hetzelfde oogenblik, toen hij hem uitsprak, doch zeker op een wijze, als hij niet vermoedde. De Heere verhoorde genadig het angstgeschrei van Zijn kind, en verleende het kracht en vrijmoedigheid.-Nauwlijks had de vader deze woorden gesproken, of zij, in blijmoedigheid des geloofs opziende, zei met een vaste stem: „Amen, om Jezus Christus' wil!" Het woord was gezegd. De Israëliet kromp ineen, als had een vergiftig dier hem gestoken. Zijn oogen, zoo even nog de heldere spiegel van een teer bezorgd, vroom zegenend vaderhart, verstijfden van ontzetting, schrik en afschuw, en rol-

Sluiten