Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

\

TWEEDE HOOFDSTUK.

Waarin juffrouw Raynor en mjjjn oom een vinnige woordenwisseling hebben, een testament wordt voorgelezen en ik in een ongelukkige gemoedsstemming ga slapen.

Tower Hill Mansion, alhoewel een deftig gebouw, maakte een kouden, afstootenden indruk. „Blijf maar buiten!" scheen de voorgevel voornamelijk te willen zeggen. En het inwendige was met het uiterlijke geenszins in tegenspraak. De stoffeering van de vestibule tot aan de bibliotheek en van de bibliotheek tot aan de slaapkamers was ernstig, degelijk en somber.

Ik huiverde toen de norsche koetsier aanbelde, ik huiverde toen een nog norscher bediende de deur opende, die knarste op hare hengsels, en 't is heusch waar dat ik de hand van mijn oppasseres stevig vasthield, van het oogenblik af dat wij het sombere voorhuis betraden tot aan het oogenblik, waarop men ons binnenliet in de sombere bibliotheek, met zware gordijnen behangen, waar, omgeven door lange, sombere boekenplanken, beladen met donkere, leelijke, beschimmelde, afschrikwekkende deelen, mijn oude oom zat, het somberste van al dat sombere.

Toen ik binnentrad, gaf mijne oppasseres onmiskenbare blijken van zenuwachtigheid, haar gelaat vertrok zich krampachtig en ik meende te hooren, dat zij een opwellenden zucht onderdrukte. O, wat beefde hare hand in de mijne, toen wij van aangezicht

Sluiten