Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE HOOFDSTUK. Waarin ik wakker wordt op een treurigen Kerstdag.

Gewoonlijk was ik vroeg uit de veeren. Op dien Kerstmismorgen evenwel moet het ruim zeven uur geweest zijn, toen ik wakker werd.

Ik zal dat ontwaken nimmer vergeten; want het was niet die zachte overgang van bewusteloosheid tot halve bewusteloosheid, waarin het slapen en het wakker-zijn hand in hand gaan. Neen, van een gezonden slaap ging ik tot algeheel wakker-zijn over met een schok, ik sprong mijn bed uit en slaakte een soort angstkreet. Ik was alleen 1 Voor het eerst sedert jaren ontwaakte ik, zonder dat er iemand bij mij in de kamer was.

Toen ik haastig een blik om mij heen wierp, scheen mgn hart plotseling op te springen, m'n bloed te stollen en het angstzweet parelde op m'n voorhoofd. Gedurende een oogenblik was ik sprakeloos van ontzetting; toen stiet ik een gil van benauwdheid uit.

Het was een ijselgke ontdekking. Er was een vlek op m'n sprei, een vlek op den vloer, eenige roode vlekken op m'n nachthemd, en naast den stoel, waarop juffrouw Raynor den vorigen nacht had gezeten, lag haar handschoen verfrommeld en ineengedraaid.

„Help! help! Moord!" schreeuwde ,ik; en opgewonden door

Sluiten