Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVENTIENDE HOOFDSTUK.

Waarin Tom en ik een nacht doorbrengen in het „Spookhuis," waarin ik een buitengewoon avontuur beleef.

„Ja, Tom, dat is Tower Hill Mansion," en ik wees naar het sombere verblijf, waar mijn oom gewoond had.

Het was in den schemeravond van den 16en Augustus. Tom en ik zaten in een kales, voor deze gelegenheid gehuurd, en naderden snel het huis, welks akelige herinnering van zulk een belangrijken invloed op mnn leven was.

„Heel aangenaam ziet het er nu juist niet uit in de schemering," merkte Tom aan. „Wat 'n afschuwelp leven maken die kraaien I" Een groot aantal van die nare, zwarte vogels zweefden hoog in de lucht, terwijl zij hun schor gekrijsch boven het huis deden hooren, en zij zagen er in den ondergaanden dag wonderlijk genoeg uit, om er bang voor te worden. Zij schenen voor mijn opgewonden verbeelding belichaamde geesten uit een andere wereld — geesten van bloedvergieten, diefstal en moord, die staarden naar een huis, dat aan de hun dierbare gebruiken was toegewijd.

Wij zonden den koetsier weg, toen wij bij het hek gekomen waren, en verzochten hem den volgenden morgen té zes uur ons te komen halen..

Voor de zware sombere deur gekomen, zette ik mijn valies

Sluiten