Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

173

„Ik wou, dat ik Paus was," merkte Quip ernstig aan. „Dan zou ik onzen professor op staanden voet heilig verklaren."

„Dat zou je wel laten," weersprak Sichards lachend. „Dan zou je hem eerst moeten dooden, en daartoe zou je niet zoo licht overgaan."

„Mij dunkt!" riep Tom uit en nam daarbij een tooneelspelershouding aan, „dat ik in 't verschiet een gouden medaille zie blinken!" En toen bedierf hij die houding door een luchtsprong te maken en zijn hielen tegen elkander te slaan, terwijl hij er bijvoegde: „Met nnjn geestesoog, Horatio!"1)

„Maar vergeet de zes rhetorica- en poëzieklassen niet, die tegen ons zullep mededingen," zei Ruthers. „Zij zijn ouder en hebben langer gestudeerd dan wij."

„Ouderdom heeft daar weinig mee te maken," bracht ik in 't midden.

„Inderdaad, al zeer weinig," beaamde Percy. „Wij lezen van uitstekende mannen in Engeland, die op tien- of twaalfjarigen leeftijd in de klassieken zeer bedreven waren. Ik heb een rechtsgeleerde in Cincinnati gekend, die als kind door zijn vader was onderwezen. Hij kon bijna alle Latijnsche schrijvers lezen, toen hij elf jaar oud was."

„Dan heb je ook nog den Opium Eter, onzen grooten lezer," voegde Richards er bij. „Toen hij zeventien jaar oud was, placht hij Grieksche treurspelen te lezen, om niet te spreken van Latijn, met evenveel gemak en genot, als wij een novelle lezen."

„Het verschil tusschen hen en ons, dunkt mij," zei Percy, „is hierin gelegen, dat, afgezien van het talent, zij zich met de borst op de studie toelegden. Zij pakten de dingen ferm aan en lieten ze niet weer gemakkelijk los. Moeilijkheden schrikten hen niet al"

') Dit is een aanhaling uit Shakespeares „Hamlet ïe Bedrijf 2e Tooneel."

Sluiten