Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

229

„Breng je winkel maar binnen,'* zei Tom.

„Winkel! Winkel I" herhaalde de slaperige bediende, „bedoelt u Schotsche koek?"

„Precies. Schotsche koek voor drie personen, roomtaartjes en geroosterd wittebrood en..."

„Ja, sir."

„En limonade."

„Bestig, sir." En de jonkman verwijderde rich met spoed.

Al hadden wij drieën den kleinen jongen afgelegd, (de kinderschoenen uitgetrokken), toch hadden wij diens eetlust behouden. Wij hielden het jongmensen aan den gang, terwijl Tom den onnoozelen stakkerd verbijsterde door de allerzotste bestellingen.

Midden in een grappige geschiedenis brak Tom eensklaps af.

„Wat weerga scheelt Harry?" riep hij, toen ik van mijn stoel opsprong en door het gordijn gluurde; want een stem, die mij bijzonder bekend voorkwam, had mij doen trillen tot in m'n haarwortels. Ik keek door een kier van het gordijn en een duizeling overviel mij.

„Vang hem op, Percy — hij zal vallen."

Want ik wankelde, het raderwerk des levens stond stil en ik zou Op den vloer zijn gevallen, hadde Percy mij niet gegrepen en naar mijn stoel teruggebracht.

„Hier, drink eens," zei Tom, terwijl hij een glas water aan mijn lippen hield. „Heidaar!" voegde hij op luider toon er bij: „Breng wat wijn, vlug!"

Door dien toon verschrikt, kwam de winkelbediende ijlings met een flesch wijn binnen. Tom sloeg doodbedaard den hals van de flesch en schonk mij een glas er van in. Daar de man geen vergunningsrecht had, kan de schrandere lezer hieruit opmaken, wat voor soort wijn het was, welke in die bakkerij verkocht werd.

„Wat is er Harry?" vroeg Tom, toen ik teekenen van leven gaf en tot bewustzijn gekomen was.

Sluiten