Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

230

„Ik zag daar zooëven juffrouw Raynor. Zij is op 't oogenblik Voor in den winkel."

Tom sprong naar het gordijn en keek voorzichtig door de opening er van. Hij zag voor de toonbank staan een vronw van middelbaren leeftijd, armoedig maar zindelijk gekleed, met een beschaafd gezicht, waarop rimpels van smart en wellicht ook van ontbering gegrift stonden en getuigden, wat zij in al die jaren had geleden. Zij had zooëven een brood gekocht en keerde zich juist om, ten einde den winkel te verlaten.

„Harry," zeide hij, „blijf hier. Ik zal volstrekt niet tot haar spreken. Maar laat mij betijen." Na dit gezegd te hebben, sloeg hij het gordijn ter zijde en snelde henen.

Percy en ik waren tamelijk ernstig en zeiden niet veel. Wij begrepen, dat er een crisis in mijn leven was aangebroken. Verschrikkelijke visioenen rezen in mij op en de tegenstrijdigste gevoelens doorkruisten woest mijn brein. Op het zien van dat mij zoo bekende gelaat, keerde al mijn kinderlijke genegenheid met geweld terug. O, het was vreeselijkl Zij was voor mij een moeder geweest en nu kon het wel eens mijn plicht worden haar aan het gerecht over te leveren. Percy merkte mijn verlegenheid en droefheid op.

„God sta u bij, beste vriend,"* zeide hij, terwijl de tranen in zijn blauwe oogen stonden. „Wees dapper en sterk; vertrouw op Hem!"

Ik boog mijn hoofd op de tafel, schreide en bad. Eindelijk kwam Tom terug; zijn gelaat verteederd door medelijden.

„Ik heb haar huis gevonden, Harry. Je zult, natuurlijk, haar eerst geheel alleen willen spreken, niet waar?" „Natuurlijk."

„Nu, wij zullen in de nabijheid blijven, om, als er iets mocht gebeuren, jou ter hulp te komen." „O, Tom, als hetgeen wij het meest duchten, eens blijkt waar

Sluiten