Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

236

bezwaarlijk een voorstelling zult kunnen maken. Ik stond een oogenblik te luisteren naar die onheilspellende voetstappen. Maar ik vernam niets meer. Toen keerde ik mij naar uw bed. Het was ledig. O, lieve Harry, je waart weg. Een oogenblik stond ik als verlamd van schrik! Hier, in een vreemd huis, waart ge gaan wandelen in uw slaap. Ik rilde, toen ik mij voorstelde, dat ge wel uit een raam gevallen kondt zijn. Terwijl ik daar zoo stond hoorde ik buiten de kamer het gerucht van een lichten voetstap — niet gelijk den zwaren voetstap, dien ik in mijn nachtmerrie had gehoord. Dat was het geluid geweest van een mannen- of vrouwen-voetstap, die op de toonen ging, maar dit was het gerucht van een kind, gaande op bloote voeten. Toen ik uw tred opving, Harry, nam ik de lamp en spoedde mij naar de gangdeur. Hoe zeer dankte ik God, toen ik u bedaard en op uw gemak van uit het andere einde der gang zag aankomen. Ik haastte mij, om u te gemoet te gaan. Maar toen ik dicht bij u was — verbeeld u, hoe zeer ik schrikte en wat ik gevoelde — zag ik uw nachthemd besmeurd met bloed. Het was een ijselijk gezicht! Gij met uw onschuldig gezichtje en de oogen wijd-open — ofschoon gij niet kondet zien — kwaamt daar aangewandeld, onbewust van die akelige vlekken He bleef naast u en volgde u tot in uw kamer, waar gij regelrecht op uw bed toeliept en er inkroopt. Toen nam ik de lamp op en spoedde mij door de gang tot ik, heel aan 't eind, daar een deur zag openstaan. Bevend trad ik binnen, hield de lamp boven mijn hoofd en keek de kamer in 't rond. Toen, lieveling, zag ik, wat gij eerst den volgenden morgen zaagt, — uw oom dood en koud."

Sluiten