Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

249

Maandag, zijnde den eersten Juni, bij ons zou komen op St. Maure.

,,'t Is vreemd," begon ik, toen wij' het dorp uit waren, „dat ik dat geld zou hebben Verstopt. Denk eens aan: vijftig duizend dollars, die al dien tijd renteloos hebben gelegen!"

„Ik geloof niet, dat jij dat gedaan hebt," zei Tom.

„Wat? Je zult toch zeker juffrouw Dorne niet willen verdenken, na al hetgeen je van haar hebt gehoord en gezien?"

„Neen, Harry, en wat meer is, sinds den nacht, dien wij in het huis van je oom doorbrachten, heb ik altoos vermoed, dat juffrouw Dorne wegliep, om jou te redden. Ik zou je dit mijn gevoelen reeds vroeger hebben meegedeeld, maar ik zag geen kans mij rekenschap te geven van dat geld. He twijfel er echter volstrekt niet aan, en ook Percy niet, dat je volkomen recht had in je genegenheid voor juffrouw Dorne, en haar verslag heeft ons gegeven wat nu mode is te noemen „een leiddraad." Harry en Percy, let eens goed op:..

„Zij had 'n soort nachtmerrie. Zij hoorde zware voetstappen, gelijk aan die van je oom, alsof hij kwam om haar te vermoorden — de voetstappen van een volwassen persoon, die sluipend naderkwam. Toen zij overeind sprong, vernam zij die niet meer. Nu geloof ik wis, en zeker, dat zij werkelijk een man of vrouw zachtjes heeft hooren loopen — vergeet niet, dat zij half-bewusteloos was — en dat, wanneer je kunt ontdekken, wie die man of die vrouw geweest is, je ook den dief zult kennen, die de vijftig duizend dollars heeft gestolen."

Sluiten