Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

289

kort het moge geweest zijn, weldra hijgden wij beiden er van. Ik kon mijn hart voelen kloppen op een wijze, die in gewone omstandigheden mij zou hebben verontrust; maar zooals ik er nu voorstond, was ik te opgewonden, om voor vrees gevoelig te zijn. In een van deze pauzen, toen ik dood-stü' stond, van mijn tegenpartij gescheiden door de lengte van de tafel, volgde op de stilte, welke tot nu toe enkel door onze hijgende ademhaling was verbroken, een kletterend geraas, en daarmede werd het

plots pikdonker in de kamer. Gedurende een oogenblik was Caggett verbijsterd, hij keerde zich schielijk om naar den kant van waar het lawaai kwam, en ik trok van dat korte oogenblik partij door de lamp van de tafel te nemen en die met alle kracht naar zijn hoofd te werpen.Het gerucht, dat Caggett

had doen ontstellen, was veroorzaakt door het vallen van het raamgordijn, dat, ongetwijfeld tengevolge van ons scharrelen, boven uit de oogjes geschoten was. Aangezien ik met mijn gelaat naar dien kant heen had gestaan, had ik dien val zien aankomen, zonder verplicht te zijn mijn oogen van mijn vijand af te nemen

Maar hoe vlug ik ook was geweest met de lamp naar Caggett te werpen, kwam ik daarmede toch een weinig te laat. Doordien hij zijn hoofd boog, vloog de lamp kletterend tegen den

Harkt Dis. 19

Sluiten