Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIER EN DERTIGSTE HOOFDSTUK.

Waarin Percy Wynn nog meer licht op Caggett's verhaal laat vallen en aan het geheim een einde maakt.

„Heisa, Harry! Zalige Kerstmis!" Percy stond met verschrikt gelaat over mij heengebogen.

„God dank! God dank!" fluisterde ik. „Ben jij het, Percy, die mij hebt gered? Ik had er niet meer op gerekend je dierbaar gezicht ooit weer te zien."

„Ja, Harry, zonder grootspraak mag ik zeggen, dat ik je leven heb gered. Caggett had je onder de knie, toen ik hem sloeg."

Ik trachtte van 't bed op te staan, waarop ik lag, doch bespeurde, dat ik kwalijk mijn hoofd kon optillen, zóó stijf en pijnlijk was ik van die sneden, kneuzingen en het bloedverlies. Ik slaakte een kreet van pijn, en zeeg achterover flp mijn kussen.

„Arme jongen," zei Percy, „probeer maar niet meer je te verroeren. Ik ben langer dan een uur bezig geweest met je te verbinden, en als jij je beweegt,' raken mijn verbanden los. Houd je een poosje doodbedaard; ik heb een dokter voor je ontboden, en een politieagent voor Caggett."

„Waar is hij?" vroeg ik en trachtte de kamer rond te kijken, en bij die poging ontwaarde ik, dat alle lakens, dekens en de sprei van 't bed verdwenen waren.

Sluiten